Lucas Hartong
Vrouwtje Vogelaar denkt dat alle godsdiensten gelijk en gelijkwaardig zijn. Bovendien vindt zij dat de islam een volwaardige plek verdient in ons land. Islam en democratie gaan echter niet samen. Een uitvoeriger essay.
TUSSEN WAARHEID EN MACHT
"Ik wil uitzoeken of wat de mollah zegt dat er in de Koran staat echt waar is, zei een oudere vrouw tegen een Amerikaanse bezoeker die haar vroeg waarom ze leerde lezen. Begrijp je nou waarom de Taliban onderwijs aan meisjes verbood?"
Eén van de belangrijkste constateringen van vandaag de dag in het Westen is het gegeven dat moslims niet schijnen om te kunnen gaan met het concept van democratie en keuzevrijheid. Dat uit zich in allerlei zaken als ‘eerwraak’, het gedwongen worden van vrouwen om binnen te blijven en de sluier te dragen, de overheersende rol van de man, het dreigen met sociale uitstoting en zelfs de dood bij geloofsafval en het niet tolereren van verlicht denken in het algemeen. Dat laatste uit zich dan weer in fatwa’s tegen schrijvers die het aandurven vraagtekens te stellen bij de profeet Mohammed of leerstellingen en levenswijzen van moslimgeestelijken. Een achtergrondanalyse.
De islam komt over als een godsdienst van angst, gebaseerd op dictatoriale overheersing. Velen menen dat als de huidige regeringen in het Midden-Oosten weg zouden vallen, grote politieke, sociale en psychologische problemen zouden ontstaan in het daarop volgende machtsvacuüm en dat uiteindelijk velen de islam de rug toe zouden keren als uiterst zichtbare exponent van het dictatoriale karakter ervan. Dat is ten dele daadwerkelijk gebeurd in Afghanistan en Irak en lijkt zich in Iran een uiterst voorzichtige weg te zoeken middels ‘salami-democratische’ ontwikkelingen. Als de islamitische wereld geen olie had en de VS hen niet van wapens hadden voorzien in ruil voor olie-exploitatierechten dan was de islamitische wereld arm en berooid. Dan was het, kortweg gesteld, geen wereldmacht geworden.
Rede ondergeschikt, kritiek "not done"
Het islamitische systeem botst pro fundis en qualitate qua met de Westerse democratie. Er wordt voor je gedacht en je mag alleen ‘kiezen’ voor onderwerping. Na Ibn Rush (1150) is er geen nieuwe filosofische bijdrage meer geweest vanuit de islamitische cultuur, omdat de Rede onderworpen diende te zijn aan de supervisie van de religieuspolitieke heersers. Kritiek is absoluut niet toegestaan. Het is blasfemie en de islam zal de toets der kritiek niet doorstaan. De vele zwakten in het islamitische systeem zullen nooit aan de orde mogen komen, omdat het systeem dan in elkaar valt. Daarom wordt gegrepen naar het simpele, maar uiterst doeltreffende middel van het absolute en algehele verbod op discussie. Hervormingen worden evenmin toegestaan. Verlichte geesten worden vermoord of er wordt opdracht daartoe gegeven (getuige Salman Rushdie, Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh). De vrouw die zich wil ontwikkelen wordt gezien als bedreiging van de status-quo en dus onderdrukt. Individualisme is ‘not done’ en kritiek als ‘de duivelsverzen’ of het twijfelen aan de juiste openbaringen is taboe.
De islam is de profundis een veroveringsgeloof, waarbij alles draait om het simpele no-nonsense gegeven van de Dar, het veroveren van grond, teneinde de islam te vestigen. Eenmaal veroverd grondgebied mag nooit meer teruggegeven worden aan de heidenen. Hier is feitelijk sprake van territoriumdrift vanuit een minderwaardigheidsgevoel. Tot op zekere hoogte was de tijd van Mohammed te vergelijken met het Duitsland van het Interbellum, waaruit een strijd om Lebensraum te voorschijn kwam die wortelde in een diep gefrustreerd trauma over de afloop van de Eerste Wereldoorlog. De jaartelling van de islamitische kalender begint dan ook bij de hidjra, de eerste vestiging van Mohammed te Medina, van waaruit hij de strijd tegen Mekka en zijn veroveringstocht op de omringende woestijnstammen begon; het eerste islamitische grondgebied was gevestigd. De islam was tot die tijd een puur religieuze leer, noem het een soort ‘opwekkingsbeweging’ om het polytheïstisch denkbeeld van de woestijnstammen te veranderen in een monotheïstisch beeld. Dat Mohammed er tegelijkertijd in slaagde om een aantal mensen en stammen bij elkaar te krijgen was mooi meegenomen. Toen hij echter zeer succesrijk bleek in het veroveren van grond en dus steeds meer macht kreeg, werd de islam naast een religieus systeem plotsklaps een politieke machtsfactor. Daarvan is de islam zich onder de erna komende kaliefen zeer bewust geworden.
Geen religie, maar politiek systeem
Vandaag de dag is de islam in haar verschijningsvorm geen religie, maar een politiek systeem met een religieus sausje. Ik breng daartoe de situatie van Noord-Ierland in herinnering, waar zogenaamde protestanten en katholieken elkaar het leven zuur maakten, terwijl het in feite om een ordinaire machtsstrijd ging. Dat is een verschil in benaderingswijze dat essentieel is om de hedendaagse islam te kunnen begrijpen. Er is een enorme frustratie en woede gegroeid tegen alles wat Westers is. De overheersende gedachte is dat de islam elk gebied dat zij eenmaal ingenomen heeft, van haar is en blijft en dat dat grondgebied alleen maar progressief zal toenemen tot de gehele wereld ‘islam’ is: onderworpen aan de ene god. “De wereld is niet zoals zij zou moeten zijn” is de complexe en tegelijkertijd simpele gedachtetrant. Een superioriteitsgevoel, dat tegelijkertijd wordt beschadigd door het gegeven dat veel islamitische landen niet mee kunnen komen in ‘de vaart der volkeren’. Een hoog grijpen naar een leidinggevende rol, dat samengaat met een gefrustreerd gevoel over het niet kunnen bereiken daarvan. Dat is de strijd die woedt in Turkije (het hele gebeuren rondom Attaturk en de republiek), in de Centraalaziatische landen (Al Qaida, Tsjetsjenië, Turkmenistan, Afghanistan) en in landen als Pakistan en Indonesië. Verder is er het probleem van de Afrikaanse landen, waar de ‘hoge leer’ van Mohammed zou moeten leiden tot voorspoed en zegen, terwijl de praktijk van alle dag triest genoeg armoede en honger is.
Hieruit komen een aantal praktische ontwikkelingen voort:
Er ontstaat een hunkering naar ‘vroegere idealen’. Men gaat letterlijk alles doen als Mohammed deed, tot aan zijn baarddracht toe. Men uit zich in onze ogen zeer ouderwets, gaat oubollige kleding dragen en dwingt Westerse regeringen tot het invoeren van islamitische wetten (sharia) ter bescherming van ‘de goede oude tijd’. Het is een hang naar het afschermen van de eigen leefwereld om uiteindelijk die ‘enige, ware levensstijl’ aan de hele wereld op te leggen opdat die beschermende leefomgeving overal heerst. Een verwerping van elke verlichting en kritiek. Er heerst een absolutisme binnen de fundamentalistische stromingen van de islam dat zeer nauw is in het denken. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in Iran en Al Qaida kringen, evenals in Saudie-Arabië als ‘hartland’ van de islam. Iedere andersdenkende wordt ‘buitengeworpen’ (excommunicatie vanuit de sociale leefomgeving) of op zijn slechtst vermoord middels bijvoorbeeld rituele onthoofding of steniging. Men is gericht op verovering van grondgebied. Dat moet volgens de overlevering, maar kan in het Westen niet middels een openlijke oorlog met letterlijke wapens. In eerste instantie wordt dit gedaan via de vestiging van mensen en moskeeën, waarna invoering van de sharia wordt bepleit (eventueel gepaard gaand met rellen en bomaanslagen) waarna uiteindelijk de meerderheid wordt behaald en het gebied ‘Dar es Salaam’, gebied van vrede is geworden. Op weg daar naartoe is alles toegestaan, inclusief leugen en bedrog richting de ‘heidenen’. Er vindt verpolitisering van de godsdienst plaats. Dat is in feite dus al aan de gang sinds de eerste verovering van Mohammed (Medina). Strijd tegen corruptie uit zich in ‘sociale bewegingen’ en ‘klinieken’ in bijvoorbeeld veel Afrikaanse landen als middel om de samenleving te winnen voor de islam. Een niet-gewelddadige variant die op politieke en PR-matige wijze poogt de landen te veroveren. Verdediging van de ‘eer van de islam’. De islam is superieur aan alles, dus de schaamte als mensen het systeem verlaten en anders gaan denken is immens. Daarom wordt elke islamiet die overgaat naar bijvoorbeeld het christendom gedood. Er is een panische angst onder de islam dat het systeem en de samenleving ineenstort als de mensen anders gaan denken dan ‘verwacht’ (lees: geëist). Dit vindt momenteel op grote schaal in Indonesië plaats. Gespannen relatie met Universele Rechten van de Mens.
Dit alles staat uiteraard op zeer gespannen voet met bijvoorbeeld de Universele Rechten van de Mens, die doorgaans ook door de islamitische landen zijn ondertekend. De Engelse schrijver Colin Chapman schrijft hierover in zijn boek Kruis en Halve Maan:
"Deze Verklaring geeft niet alleen vrijheid om het eigen geloof te belijden en praktiseren, maar ook om van godsdienst te veranderen. Artikel 18 stelt dit zeer duidelijk. De onverenigbaarheid tussen deze Verklaring van de rechten van de mens en de gang van zaken in veel moslimlanden is aangegeven door Abdoellahi Ahmed an-Na’iem: ‘De onontkoombare conclusie is… dat deze onverenigbaar is met moderne opvattingen over godsdienstvrijheid, een internationaal erkend basisrecht van de mens en een algemeen geaccepteerde, fundamentele burgerlijke vrijheid, die door de meeste grondwetten overal ter wereld wordt gegarandeerd’."
Het probleem waar het hedendaagse Westen mee te maken krijg is ten diepste een intern islamitisch probleem. De islam is altijd de veroverende macht geweest die niet met een minderheidspositie rekening hoefde te houden. Nu de islam in diverse landen een minderheid is, zal zij per definitie pogen de meerderheid te verkrijgen. Een andere optie is voor hen niet denkbaar of bespreekbaar.
Westerse denkers, politici en geestelijken hebben gesteld dat we ‘de theologische islam moeten loskoppelen van de politieke islam’, ofwel: de ‘doorsnee islamiet is niet fundamentalistisch ingesteld’. Dit nu is onjuist. Zoals gesteld is de islam vanaf de hidjra geen religie meer, maar een politiek wereldsysteem met een religieus sausje, zoals het communisme een wereldsysteem met een atheïstisch sausje was. Het gaat uiteindelijk bij de leidende islamitische klasse om macht. Niets meer en niets minder. De goedbedoelende moslim die antwoorden probeert te vinden op zijn levensvragen is hiervan het misleide slachtoffer. Hij die zoekt naar antwoorden op hogere vragen zal die ongetwijfeld in de loop van zijn leven vinden, maar niet in de politieke islam.
De mens die Antwoorden zoekt zal die a-priori moeten vinden in vrijheid, niet in een opgelegd, gedwongen systeem dat ‘slikken of stikken’ inhoudt. Dat is dan ook gelijk de onderscheidende kracht van het christendom. Deze godsdienst legt niemand iets op onder dreiging van doodslag, maar stelt eenieder in volstrekte vrijheid voor de keuze om God te dienen of niet. Dat is vanaf de geboorte van Christus zo geweest, hoewel de eerlijkheid direct gebiedt te zeggen dat ook het ‘christelijke westen’ vreselijke fouten heeft gemaakt, die niets met de boodschap van Christus te maken hadden. Het nut van de Verlichting is geweest dat het Westen die vrijheid van denken en godsdienstkeuze heeft vastgelegd in wetgeving en grondwetten en een scheiding van Kerk en Staat; iets dat het Christendom prima kan ‘hebben’. Die ontwikkeling heeft het Midden-Oosten met haar islamitische landen nooit doorgemaakt.
Als de islam dan al de waarheid zou verkondigen, zou zij de mens de vrije keuze moeten bieden en niet een absolutistisch religieuspolitiek stelsel, waarin geen vrijheid is voor een scheiding van Kerk en Staat. Dan zou zij de Toets der Kritiek glansrijk kunnen doorstaan, mits zij die aan zou gaan. Zij gaat de Toets echter niet aan, want zij weet dat als de uiteindelijke keuze tussen Waarheid en Macht aan de orde komt, zij voor Macht kiest. En zoals ieder weldenkend mens op aarde weet gaat de waarheid ten koste van het streven naar macht. De dzimmies (Joden en christenen) bekleden daarom op zijn best een tweederangs positie in islamitische landen en dat zal in het Westen niet beter worden. In hun ogen zijn en blijven Westerlingen minderwaardig.
In feite komt de islamitische staatsvisie daarmee heel dicht bij het concept van ‘geestelijke’ Apartheid. In de tijd van Mohammed en opvolgende kaliefen mochten joden en christenen niet dezelfde kleding dragen als moslims en dienden zij ‘respect’ te tonen voor moslims door bv. hun plaats af te staan. Zij mochten niet op paarden rijden, maar slechts op ezels en hun huizen mochten niet zo mooi zijn als die van moslims. Het Westen heeft er altijd voor gewaakt om die fout niet wederzijds te maken vanuit haar verlicht-democratische denken. Die sterke karaktertrek nu is tegelijkertijd de zwakke plek geworden. De huidige islam misbruikt de democratische tolerantie van het Westen ten eigen faveure.
Essentiële keuze
Waartoe dit artikel? Ik zou willen bepleiten dat de islam als religie c.q. godsvisie in ons land ongemoeid dient te worden gelaten. Immers: iedere wereldburger heeft de vrijheid om zijn fundamentele levensvragen te beantwoorden op zijn eigen manier en levenswijze. Dit niet erkennen zou ons even schuldig maken aan het overtreden van de Universele rechten van de mens. De vrijheid van godsdienst en de vrijheid van het veranderen van godsdienst is een groot en kostbaar goed. Godsdienst is tegelijkertijd per definitie niet geschikt of bedoeld voor politieke expansiedrift. Christus zei dan ook terecht “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld”. Het betrof een geheel andere wereldorde; een geestelijke en geen geopolitieke. Dat is tevens het unieke aan een godsdienst: het overstijgt het mundaine, alledaagse.
Het politieke systeem van de islam dient echter volledig afgewezen te worden. Niet middels geweld, maar middels diepgaande discussie. De islam heeft uitermate behoefte aan een tijd van Verlichting en moet geconfronteerd worden met haar eigen zwaktes en fouten. De wereld van vandaag is niet meer de wereld van Mohammed’s tijd. De Middeleeuwen liggen achter ons en het is een tijd van democratie en een geheel nieuwe wereldorde. De islam dient haar dictatoriale, superieure denkwijze af te leggen en met open oren en ogen te kijken en luisteren naar andersdenkenden. Ik denk daarbij aan een eenvoudige uitspraak van Frits Bolkestein die betoogde dat er veel meer in termen van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ gedacht moet gaan worden. “Wil de islam hier een moskee bouwen? Dan ook een kerk in het thuisland”. Tevens moet voortdurend geprotesteerd worden bij ambassades tegen schendingen van de Universele rechten van de mens, zonder onderscheid des persoons en natie. Er zal overwogen dienen te worden of het militair investeren in en steunen van een islamitisch dictatoriaal land wel zo nuttig is, afgezien van de enorme financiële winsten voor de wapenleveranciers.
Ons land dient alle steun te verlenen aan democratiseringsbewegingen binnen de islamlanden en emancipatorische bewegingen in eigen land. Dat zal het begin van een openbreken van het islamitisch bastion inluiden. Tegelijkertijd wil dat niet zeggen dat de islam onze wijze van denken integraal moet accepteren en overnemen, maar een integere, open discussie en het actief kennis nemen van onze standpunten is een uitermate zinvol begin. De islam is daarmee van haar kant nog niet eens begonnen.
Afsluitend dient het democratische Nederland zich de vraag te stellen wat onze eigen identiteit ten diepste inhoudt en waar wij voor staan. Nederland en overigens Europa als geheel mist een besef aan cultuurhistorische eigenheid. Wij dienen ons veel meer opnieuw bewust te worden van onze ‘roots’ en bijzondere verworvenheden; ik schreef daarover eerder in het artikel “Back to Basics”. Daarbij is onze democratie niet zomaar ‘ins Blaue hinein’ tot stand gekomen; deze wortelt in hogere wetmatigheden. Wij geloven in vrijheid van denken en keuze, in het recht van het individu om gehoord te worden temidden van de samenleving waarin hij geboren of geplaatst is. Het besef dat ieder mens bijzonder is en gehoord mag worden is gebaseerd op de uniciteit van het geschapene.
Daarom ook is discussie en kritiek in de Westerse democratische samenleving mogelijk en van fundamenteel belang; iets dat in de islamwereld onmogelijk was, is en waarschijnlijk blijft. De islam kent alleen zwart-wit en geen andere kleuren daartussenin – wij wel. De islam laat daarover evenmin onduidelijkheid bestaan – wij wel. De leer van Mohammed is bij de islam de enige norm en legt daardoor een enorme en onlosmakelijke claim op haar onderdanen. Een westerling mag moslim worden, maar andersom komt niet voor. Vanuit die lijn staat Nederland, en daarmee Europa voor een essentiële keuze: democratisering van de islam met alle ons daartoe beschikbaar staande democratische middelen of een uitgestelde Turkse overwinning van 1683.
Islam: waarheid of macht? Ze gaan onmogelijk samen, hoe de keuze ook uitvalt
woensdag 29 augustus 2007
TUSSEN WAARHEID EN MACHT
Labels: Wegwezen
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten