zaterdag 18 augustus 2007

Berichtgeving over ingestorte brug China verboden

Het Centrale Propaganda Departement heeft de meeste Chinese staatsmedia verboden nog langer te berichten over de dodelijke instorting van een brug in de Zuid-Chinese toeristenplaats Fenghuang.

Verslaggevers zeiden vrijdag dat ze werden geslagen en verjaagd. De instorting van de in aanbouw zijnde brug kostte zeker 22 mensenlevens en 46 worden er nog vermist en was daarmee een van de ernstigste Chinese bouwongelukken van de afgelopen jaren.

Bergingswerkers bliezen vrijdag de grootste brokstukken op om het gemakkelijker te maken de laatste vermisten naar boven te halen. Het Informatiecentrum voor Mensenrechten en Democratie, een in Hongkong gevestigde mensenrechtenorganisatie, zei dat vijf Chinese journalisten die nabestaanden van de slachtoffers probeerden te interviewen, donderdag werden afgetuigd door een knokploeg die de autoriteiten van Fenghuang op hen af hadden gestuurd. Ze kregen te horen dat ze geen toestemming hadden om interviews af te nemen.

De 268 meter lange en 42 meter hoge brug, bestaande uit vier stenen bogen, stortte maandag in toen de steigers werden weggehaald. Op dat moment waren volgens de nieuwsmedia 123 arbeiders bij de brug aan het werk. Het persbureau Xinhua zei dat er voor steen en cement was gekozen, in plaats van voor een veiliger stalen constructie, om de harmonie met de schilderachtige omgeving te bewaren.

Geen opmerkingen: